Home Blog

Homo universalis; moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance

0

De huidige maatschappelijke situatie lijkt op een perfecte storm waarin verschillende ongunstige  ontwikkelingen bij elkaar komen. Het klimaat verandert door menselijk toedoen, migratiestromen nemen toe, de globalisering van de economie heeft grote groepen ‘populisten’ benadeeld, het financiële bestel is instabiel en de macht raakt steeds meer geconcentreerd in de handen van enkele mondiale spelers. Tot overmaat van ramp zou het ook nog ontbreken aan een breder gedeeld moreel kader om goed van kwaad te onderscheiden, zodat we stuurloos rondzwalken.

Tegen deze achtergrond roept de Franse president Macron alle burgers van Europa op tot een nieuwe Europese renaissance, waarin we de vormen van onze beschaving opnieuw moeten uitvinden. We zouden daarbij vooral oog moeten hebben voor de samenhang tussen grote problemen die op ons afkomen. Dat vereist dat we, in plaats van nog verder ‘in te zoomen’, nu gaan ‘uitzoomen’ en de laatste keer dat we dat deden was tijdens de Europese Renaissance (1350-1600). Het meest urgent is het opnieuw tot  stand brengen van een voldoende gedeeld moreel kader; het is de kiel die het schip in de storm overeind moet houden. Filosofische suggesties om daarvoor terug te gaan naar de deugdethiek van Aristoteles, laten zich praktisch vertalen in een terugblik op de Renaissance omdat daar toen ook al op de oude Grieken en Romeinen werd teruggegrepen. Bovendien blijken er markante historische parallellen te zijn tussen de Renaissance en onze huidige tijd. Door de historische ontwikkeling sinds de Renaissance te volgen naar zouden we kunnen begrijpen hoe we in onze huidige precaire situatie terecht zijn gekomen.

Via de universele Renaissance geleerde John Dee komen we uit bij William Shakespeare die op een cryptische manier, in wat we ‘de echte Da Vinci code’ kunnen noemen, verwijst naar Leonardo da Vinci en de homo universalis als ideaalbeeld van de Renaissance. Daarin blijkt de filosofie van Aristoteles en ook die van Plato een grote rol te spelen. Op basis daarvan wordt een ‘algemeen mens- en wereldbeeld’ geformuleerd als benadering van de menselijke conditie, zijn vermogens en vaardigheden. Het mensbeeld is weergegeven in de figuur. Het wordt opgespannen door twee wezenlijke tegenstellingen: die tussen de geestelijke en de materiële kwaliteiten in de verticaal en die tussen het universele (collectieve) en singuliere (individuele) in de horizontale richting.

Dit algemene mens- en wereldbeeld is de blauwdruk van de menselijke gesteldheid en de geschiedenis kan daarom worden gezien als een vrij voorspelbare zwerftocht door dat beeld. Onder invloed van de ‘tijdgeest’ worden steeds weer andere, eenzijdige aspecten van dat mensbeeld belicht. Dat komt omdat de mens erg onzeker is over zichzelf en hij zich in die onzekerheid vastklampt aan alles wat houvast geeft. Hij zoekt dat vooral aan de buitenkant, in de periferie van het mens- en wereldbeeld. Alleen aan de kwaliteiten van die periferie kent hij waarden toe. De eenzijdigheid ontwikkelt zich daardoor al gauw tot karikatuur en de karikatuur vervolgens tot catastrofe.

Aan de linksboven kant was dat de kerkelijke inquisitie, wat voortkwam uit het idee dat er één enkele universele waarheid was en dat de kerk daarover beschikte. In de daarop volgende Renaissance domineert een waardepatroon waarin aan alle menselijke kwaliteiten waarde wordt toegekend, in overeenstemming met het Renaissance ideaal van de homo universalis. Maar na een laatste en dramatische poging om de universele (=katholieke) kerk te redden, wordt de rol van de kerk na 1648 overgenomen door de staat en de wetenschap. Na de periode van de Verlichting in het linksonder kwadrant en de reactie daarop van de Romantiek in het rechtsboven kwadrant (19e eeuw) is in de 20e eeuw de materialistische oriëntatie aan de uiterste onderkant gaan domineren, met de ecologische (onder meer klimaat-) crisis als gevolg. Sinds ca 1989 zijn de individualistische en egocentrische waarden in het rechtsonder kwadrant dominant geworden, met gevolgen voor de economie en vooral het financiële bestel dat als gevolg van de eigen karikaturale ontwikkeling in 2008 instortte. In sociaal opzicht ontstaat er nu een diversiteit aan waardeoriëntaties aan de rechter, singuliere of individualistische kant van het mens- en wereldbeeld. Tegelijkertijd zijn de waarden van het linksboven kwadrant opnieuw gaan domineren ten gevolge van de komst van immigranten uit Islamitische landen. Ook hier is de ontwikkeling gedeeltelijk haar eigen karikatuur geworden.

De eenzijdige waardeoriëntaties buiten de cirkel, en daarmee buiten de menselijke waardigheid, hebben zich van het algemeen menselijke los gemaakt en zijn daardoor hun eigen probleem geworden. Het gaat daarbij in de huidige tijd om de radicale Islam (linksboven), de doorgeschoten globaliserende economie (linksonder), de eenzijdig materialistische consumptiemaatschappij (onderkant) en de financiële sector die zich van middel tot eigenstandig doel heeft ontwikkeld.

Deze historische ontwikkelingen naar kwaadaardige eenzijdigheid en daarmee ‘duurzaamheidsproblemen’ bevestigen de Aristotelische deugdethiek, waarbij het goede het midden is tussen twee (tegengestelde) kwaden in de periferie. Dit morele kader wordt in vele toonaarden bevestigd door de grote meesterwerken van de Europese cultuur zoals die van Shakespeare, Mozart en Wagner, door religieuze noties en door talloze mythen, legenden en sagen.

Als de koers van het morele kompas zou worden gevaren, worden eenzijdig individualisme en materialisme bewust ontmoedigd, evenals eenzijdige oriëntaties op het materiële of het ‘geestelijke’. Rationaliteit en efficiëntie zouden van de huidige obsessieve, naar normale proporties kunnen worden teruggebracht. Het gaat dan om het herstellen van het evenwicht tussen het private en het publieke, het eigene en het andere, verstand en gevoel, ecologie en economie, financiële en reële economie, het masculiene en het feminiene, materiële welvaart en duurzaamheid. Er zou weer ruimte komen voor andere menselijke kwaliteiten zoals kunst en cultuur en meer aandacht voor de menselijke maat in onderwijs en gezondheidszorg. Meer specifiek kan onder meer het volgende worden geconstateerd:

  • Gezien de historische ontwikkeling dient de historische scheiding van kerk en staat te worden gevolgd door de volledige scheiding van staat en (globaliserende) economie.
  • Het morele kompas noopt tot herstel van de balans tussen publieke en private waarden en tot herijking van publieke en private eigendommen, in het bijzonder grondeigendom.

–    Het is alleen mogelijk om tot een min of meer gedeeld waardenpatroon te komen, wanneer er een eveneens min of meer gedeelde opvatting over de werkelijkheid bestaat. Met de daartoe ontwikkelde wetenschappelijke methode, die wezenlijk aansluit bij het algemene mensbeeld, kunnen we de vraag beantwoorden; ‘wie we denken te zijn en hoe we dat weten’. Op grond daarvan valt er geen enkele legitimering te vinden voor (vaak religieuze) claims op de enige, universele waarheid, Dat geldt aan de andere kant ook voor de volledig ongefundeerde verwerping van breed gedragen wetenschappelijke inzichten, zoals in het geval van de klimaatproblematiek.

  • De huidige combinatie van de eenzijdig private ‘alles is te koop’ ideologie en een financieel bestel dat geld schept naar rato van het gediende eigenbelang, leidt er toe dat enorme publieke belangen in handen komen van een kleine private elite. Toegepast op globale schaal wordt hierdoor de soevereiniteit van gemeenschappen ondermijnd. Wereldwijd wordt tegen deze achtergrond steeds meer de keuze gemaakt voor minder globalisering ter behoud van de nationale gemeenschap (staat) en democratie.
  • Afgezien van deze keuze hebben herstel van het principiële publiek-private evenwicht en monetaire hervorming de hoogste prioriteit. Het is zo goed als ondenkbaar dat de transitie naar een meer duurzame economie, energie- en voedselvoorziening kan worden gerealiseerd met het huidige financiële bestel. Dat bestel versterkt van nature de instabiliteit van de economie. Geldschepping is het principiële recht is van de gemeenschap en dus van de staat. Als dat recht zou worden hersteld, dan zou de economie stabiel worden en zou de Nederlandse overheid jaarlijks een bedrag in de orde van 20 miljard à 50 miljard euro in omloop mogen en moeten brengen. Dat geld, waar dan geen staatsschuld meer tegenover staat, kan worden besteed aan maatschappelijke doelen, bijvoorbeeld de energietransitie.
  • In het geval van economisch gedreven immigratie heeft niet iedereen automatisch het recht om tot een bestaande waardengemeenschap toe te treden. Voor zover dat onder bijzondere omstandigheden (oorlogsvluchtelingen) wel aan de orde is, hebben toetreders de morele plicht om zich waar mogelijk met die waarden te verbinden en ze anders te respecteren.
  • Tegelijkertijd is er omgekeerd een even grote morele verplichting om de soevereiniteit van ‘de anderen’ elders te erkennen. Dat betekent dat niet alles te koop is, dat na de afschaffing van de slavernij ook het toe-eigenen van de primaire bestaansvoorwaarden van die anderen elders, van hun grond, hun grondstoffen en hun voedsel, alsnog moet worden afgeschaft.
  • Effectief klimaatbeleid, een circulaire economie en een voedselsysteem waarin kringlopen worden gesloten, kunnen uiteindelijk alleen worden gerealiseerd op een hoger schaalniveau dan Nederland. Een vorm van Europese coalitie is daarvoor onontbeerlijk. Dit betekent dat minstens moet worden toegewerkt naar een Europese regio als soevereine eenheid. Nederland zal daartoe voortvarend aansluiting moeten zoeken bij een noord-west Europese ‘coalition of the willing’, zoals die in 2017 door de Franse president Macron is voorgesteld en recent is herhaald. Binnen een coalitie van Frankrijk, Duitsland en de Benelux-landen zou al voldoende economisch en cultureel draagvlak zijn om op de verschillende terreinen effectief beleid te kunnen voeren.
  • ‘Om te overleven zal Europa hart en ziel moeten hebben’ zei toenmalig EU-voorzitter Jacques Delors. Uit de Europese geschiedenis, filosofie en cultuur sinds de Renaissance hebben we kunnen opmaken dat hart en ziel ergens in het midden van het algemene mensbeeld moet liggen. Het is de menselijke maat van de Homo universalis.

Masterclass Transition Management

0

Our longest running and very popular Masterclass Transition Management has been providing a diverse group of participants a very thorough basis in the theory and practice of transition management. This masterclass is developed and organized in collaboration with Erasmus Academie and combines lectures given by prominent transition scholars and expert practitioners with action based learning through the development of a personal transition cases, working sessions and discussions. Since 2014 the masterclass has been running twice a year. The next edition starts on the 11th of September 2019.

The Masterclass Transition Management – Fall 2019 is fully booked! We can however put your name on the waiting list when you sign up for the Masterclass and notify you if there is a cancellation. Stay tuned for new editions of the Masterclass Transition Management!

Read further in Dutch.

Meerdere grote maatschappelijke systemen maken momenteel een historische kanteling: het oude voldoet niet meer. Het moet anders, duurzamer. Denk aan de ontwikkelingen in geldsystemen, energie, gezond­heidszorg en ruimtelijke ordening. In de concrete dagelijkse praktijk van jouw organisatie dien je op dit soort complexe veranderingsprocessen te kunnen reageren.

Deze masterclass slaat een brug tussen grootschalige veranderingsprocessen en de rol die jij binnen je organisatie of eigen praktijk hierin kan spelen. Met transitiemanagement leer je richting te geven aan het verduurzamen van maatschappelijke systemen: sectoren, gebieden en de rol van organisaties, zowel intern als in samen­spel met de bredere context.

‘Waarschuwing: ondermijnt vastgeroeste zekerheden, ingesleten routines en gebaande paden. Ongeschikt voor wie wil doorgaan op de oude voet. Warm aanbevolen voor wie slim en actief wil bijdragen aan de duurzame transitie waar onze planeet naar snakt.‘ Herman–Jan Stroes, organisatiepsycholoog en transystor.

Opzet en inhoud

Deze opleiding bestaat uit vijftien modules verspreid over acht dagen. Door een combinatie van inhoud en proces (denken en doen) leer je hoe je structurele transforma­tieprocessen begeleidt voor een duurzame toekomst.

De volgende cruciale activiteiten komen hierbij aan bod:

  • het maken van een systeemanalyse;
  • het creëren van een transitiearena;
  • de rol van visieontwikkeling;
  • het creëren van nieuwe agenda’s en coalities;
  • het doen van transitie-experimenten;
  • evaluatie en monitoring van het transitieproces.

Resultaten.

Na deelname aan de opleiding Transitiemanagement heb je de volgende resultaten geboekt:

  • Je maakt je het transitieperspectief eigen zowel qua denken als qua doen;
  • Je realiseert verdiepende kennis door interactieve colleges, inzichten uit wetenschappelijk onderzoek en reflectie op onderzochte casestudies uit binnen- en buitenland;
  • Je verbreedt je kennis doordat je leert van geslaagde praktijkvoorbeelden en je hoort hoe transities ook op andere plekken
    en in andere domeinen worden aangepakt;
  • Je past alle opgedane inzichten toe op de eigen casus, context
    en organisatie. Universitair docenten begeleiden je in deze
    vertaalslag naar je eigen praktijk;
  • Je ontvangt tijdens de intervisie sessies constructieve kritische feedback van docenten en deelnemers;
  • Je ontwikkelt (door de koppeling van theorie aan verschillende actuele vraagstukken uit eigen praktijk) een reflexieve houding en nieuwe handelingsperspectieven.

Datums

De opleiding Transitiemanagement vindt plaats op de volgende woensdagen van 9.30 uur tot 16.30 uur:

  • 11 september 2019
  • 25 september 2019
  • 9 oktober 2019
  • 30 oktober 2019
  • 20 november 2019
  • 11 december 2019
  • 8 januari 2020
  • 29 januari 2020

Doelgroep

De opleiding Transitiemanagement is interessant voor professionals die werken aan duurzame verandering vanuit zeer uiteenlopende sectoren, sociaal ondernemerschap of de (semi)publieke sector. Te denken valt aan programmamanagers, projectleiders, ondernemers, beleidsmedewerkers, kartiermakers en adviseurs die in hun dagelijkse praktijk betrokken zijn bij transitieopgaven.

Docenten

Meer informatie & aanmelding

Interesse? De opleiding Transitiemanagement is helaas volgeboekt! Je kunt je nog wel inschrijven maar wordt dan op een wachtlijst geplaatst. Mocht een van de huidige deelnemers zijn of haar plaats annuleren dan is het alsnog mogelijk (op basis van datum en tijdstip van je inschrijving) deel te nemen aan deze opleiding!

Kijk voor meer informatie en inschrijving op de website van de Erasmus Academie of download direct de brochure. Heb je vragen? Neem contact op met Mariëlle Elenbaas, Adviseur opleidingen van de Erasmus Academie.Ben je geinteresseerd in een maatwerkvariant van de opleiding of zoek je informatie en advies over andere masterclasses van DRIFT Transition Academy? Bekijk de Engelstalige opleiding Societal Transitions (start in mei 2019) of neem contact op met Marijke de Pous.

Pedagogisch Leiderschap (PL)

0

Pedagogisch Leiderschap (PL) baseert zich op gelijke principes als Pedagogische Tact, maar kent vanuit de rol van schoolleider andere verantwoordelijkheden en vragen. Pedagogische tact (PT) is het basistraject van stichting NIVOZ. Je kunt het als leraar, schoolleider volgen als je werkzaam bent in po, vo, mbo of hbo-onderwijs. We hebben open trajecten in Driebergen en in de regio Rijnmond (voor individuele deelname) en incompany trajecten door het hele land (voor scholen, schoolteams).

Wat verstaan we onder Pedagogisch Leiderschap (PL)?

Stichting NIVOZ engageert zich uitdrukkelijk met de urgentie van het ervaren tekort aan pedagogisch leiderschap in ons onderwijs. Het is ervan overtuigd dat in de postmoderne context de pedagogische vragen niet zijn verdwenen, dan wel voor allerlei interpretatie vatbaar zijn geworden. Deze vragen gelden  voor het praktisch pedagogische werk in de scholen en gelijkelijk ook voor de begeleiding van de betrokken leraren.

Het begrip pedagogisch leiderschap verwijst in ons geval dus naar de school als pedagogische organisatie. Deze onderscheidt zich van andere organisaties door de aanwezigheid van jonge mensen voor wie zij plaatsvervangend keuzes maakt, derhalve gezag uitoefent en verantwoordelijkheid draagt. Het laatste geeft de leidinggevende een gelaagde verantwoordelijkheid, die naar zijn leraren, en die naar zijn leerlingen en hun ouders.

Schoolleiders nemen een aparte positie in de schoolgemeenschap in door drie onderscheiden kwaliteiten.

1. Schoolleiders zijn het morele of pedagogische kompas voor de schoolgemeenschap. Zij staan voor een bepaald schoolethos. Dit houdt niet alleen een missie in met betrekking tot het opvoeden of ‘grootbrengen’ van jonge mensen in  maatschappelijke context, maar ook een visie op aard of betekenis van leren en menselijke ontwikkeling. Bedoelde waarden en visiekeuzes  (onderwijsresultaat wordt ook als waarde gerekend) zijn in de school en in het handelen van haar leraren merkbaar als kwaliteiten aanwezig (normatieve professionaliteit).

2. Schoolleiders zijn succesvol in het wekken van het potentieel van hun leraren, ook en vooral in de zin van tactvol handelen. Leraren zullen de zin die zij aan hun werk geven erkend zien, maar in pedagogische zin ook uitgedaagd en geïnspireerd en, niet onbelangrijk, in balans gehouden met de systeemeisen. Openheid, vertrouwen, duidelijke keuzes en ervaren verantwoordelijkheid brengt pedagogisch leiderschap zonder aarzeling op de plek der moeite van zijn leraren. Daar zal als criterium altijd gelden: de pedagogische verantwoordelijkheid voor de jonge mensen in de school.

3. Schoolleiders dragen eindverantwoordelijkheid, legitimeren deze naar hun leraren en leerlingen en hun ouders en dragen in deze hoedanigheid gezag. Dit gezag gaat gepaard aan de beschikbaarheid van macht. In deze context van gezag en macht wordt niet alleen prudentie en wijsheid gevraagd, maar ook moed. Pedagogisch leiderschap dat staat voor de waarden en voor de visie die het pedagogisch kompas wijst, vraagt moed. Moed om zich te onderscheiden, om in te grijpen, betekenende initiatieven te nemen en om definitief te beslissen.

Het traject pedagogisch leiderschap onderscheidt zich niet wezenlijk van het traject pedagogische tact, behalve de inhoud van de processen. Ook hier zijn drie kernervaringen te onderscheiden: zelfonderzoek (het onderkennen en loslaten van (voor)oordelen, cynismen en angsten), de ervaring van authenticiteit of eigenheid die vrijkomt (hier worden vaste voornemens geformuleerd) en het vormgeven aan de voorgenomen praktijk.

De leidende vraag: ‘Welke schoolleider wil ik zijn?’

Het werkmateriaal komt uit de eigen situatie. De werkvormen zijn deels afhankelijk van de aard en plaats van de gegeven groep en van de beschikbare tijd. Belangrijke gebeurtenis is hier vaak het opzoeken van leerlingen en het zich met hen engageren om de eigen school en de eigen leraren (beter) te leren kennen en daar – op basisniveau – de opdrachten aan zichzelf (opnieuw) te formuleren. Alles in het kader van de kernwaarden, zoals de school die in haar missie formuleert, dan wel met de bedoeling deze kernwaarden in de zin van verbondenheid en verantwoordelijkheid te herformuleren.

In deze context kenmerkt pedagogisch leiderschap zich door een helder moreel kompas en een duidelijke visie op leren, ontwikkeling en opvoeding, het waartoe van de school en in het verlengde daarvan door een helder schoolethos. De waarden en visiekeuzes waarvoor dit leiderschap staat (prestatie wordt hiertoe gerekend) zijn in zijn aanwezigheid en in zijn handelen zichtbaar.

Voor de leerlingen betekent dit dat zij pedagogische tact zullen ontmoeten in hun verhouding tot de leidinggevende. Voor de leraren betekent het dat zij de zin die zij aan hun werk geven erkend zullen zien, maar ook in pedagogische zin uitgedaagd en geïnspireerd en – niet onbelangrijk – in balans worden gehouden met de systeemeisen.

Openheid, vertrouwen, duidelijke keuzes en ervaren verantwoordelijkheid brengen de leidinggevende zonder aarzeling op de plek der moeite. Daar zal als criterium altijd gelden: de pedagogische verantwoordelijkheid voor de jonge mensen in de school.

Praktisch open traject Pedagogisch Leiderschap

Het open traject Pedagogisch Leiderschap (PL) wordt in twee verschillende regio’s door NIVOZ aangeboden. in Driebergen (onze thuislocatie) en in de regio Rijnmond.  De trajecten starten in september 2019 en bestaan uit acht bijeenkomsten. Er zijn maximaal 18 deelnemers per groep.

Data Driebergen -seizoen 2019-2020
BegeleidingSuzanne Niemeijer en Marleen van der KrogtLocatie: landgoed De Horst, gebouw Vossesteyn.

  • dinsdag 17 september 2019
  • donderdag 31 oktober 2019
  • woensdag 20 november 2019
  • dinsdag 14 januari 2020
  • woensdag 4 maart 2020
  • dinsdag 21 april 2020
  • donderdag 14 mei 2020
  • donderdag 11 juni 2020
     

Data regio Rijnmond – seizoen 2019-20
Begeleiding: Marleen van der Krogt en Anniek Verhagen.

  • Vrijdag 27 september 2019
  • vrijdag 1 november 2019
  • maandag 9 december 2019
  • vrijdag 17 januari 2020
  • donderdag 20 februari 2020
  • vrijdag 27 maart 2020
  • vrijdag 15 mei 2020
  • maandag 22 juni 2020
     

Contact
Voor meer inhoudelijke informatie over het traject kunt u contact zoeken met stichting NIVOZ, Marleen van der Krogt, 06-45298645. Of met onze backoffice, via info@nivoz.nl of 0343-556750.

Kosten 
Deelname aan het traject Pedagogisch Leiderschap kost € 3.100,– per persoon. Alle NIVOZ-trajecten zijn vrijgesteld van btw.

Validatie

Schoolleiders in het Primair Onderwijs die de leergang Pedagogisch Leiderschap volgen vanuit stichting NIVOZ, kunnen hiermee het thema ‘Persoonlijk leiderschap’ afronden voor hun herregistratie in het schoolleidersregister PO.
Zij kunnen het certificaat dat zij na afronding van de leergang ontvangen, uploaden in het register om hiermee het thema ‘Persoonlijk Leiderschap’ af te ronden.
 
De leergang Pedagogisch Leiderschap is ook opgenomen in de opleidingscatalogus van het schoolleidersregister VO.

Praktisch: incompany traject PL

Voor de eerste inhoudelijke vragen aangaande incompany-trajecten kunt u contact opnemen met Suzanne Niemeijer, docente bij NIVOZ: s.niemeijer@nivoz.nl en 06-24570832. Per traject wordt vooraf, op basis van een overeengekomen construct, een offerte aangeboden. Afhankelijk van de wensen van de opdrachtgever kunnen afspraken gemaakt worden over de organisatie van de bijeenkomsten.

Voor andere info kunt u terecht bij het de backoffice via info@nivoz.nl of 0343-556750.
Alle NIVOZ-trajecten zijn vrijgesteld van btw-heffing.

Honderden trajecten
Vanaf 2008 hebben duizenden leraren deelgenomen aan NIVOZ-trajecten. Een groot aantal deed dat met hun school of schoolteam, incompany. We hebben de scholen (PO, VO, HBO, MBO, Universitair of anders) gebundeld op een landkaart. Achter het vlaggetje vindt u een aantal gegevens.

Dylan Vianen: Bildungonderwijs geeft studenten gevoel van richting waar ze naar verlangen

0

Hans Schnitzler: Onwetendheid over aard digitalisering maakt ons blind voor ongekende beïnvloeding

0

Klaas van Egmond – Openingslezing

0

Buitengewoon hoogleraar Geowetenschappen Klaas van Egmond vertelt waarom de huidige beschaving wordt gekenmerkt door crisissituaties. Hoe kan een nieuwe ‘kwaliteit van leven’ onze beschaving weer menselijk en waardig maken? En vooral, wat kan de kunstenaar in dit opzicht betekenen? 12 februari 2016, ArtEZ studium generale, ArtEZ hogeschool voor de kunsten.

Eugene Sutorius: Studenten krijgen minder morele intuïties mee door technocratische curricula

0

Eugene Sutorius was er vanaf het begin bij toen de Bildung Academie werd opgericht. Als docent retorica aan de UvA had hij al lang de diep gekoesterde wens samen met studenten vormingsonderwijs op te zetten. Naar zijn idee is er binnen het huidige onderwijssysteem een enorm tekort aan persoonlijke vorming, waarbij het bijvoorbeeld gaat over zaken als meesterschap, welsprekendheid en hoe mens te zijn in de moderne maatschappij.

Samen met Ad Verbrugge besprak hij bij Voor de Ommekeer de waarde van persoonlijke vorming in het onderwijs, de kracht van welsprekendheid en het belang van het ontwikkelen van morele intuïties. Wat hem betreft beginnen we eerder vandaag dan morgen met het uitrollen van Bildung onderwijs: “We lopen straks echt vast als we dit niet in het curriculum krijgen.’’

‘’Wat wij onderwijs noemen, mag die naam misschien niet helemaal dragen.’’

‘Om verandering te kunnen waarmaken, moeten we een hele andere weg kiezen om het onderwijs op te zetten, uiteraard met behoud van de vakwetenschappelijke waarde en de kwaliteit. Ook het kennen en kunnen blijft belangrijk, maar een mens worden is dat ook. In 2015 zijn we met zo’n 50 studenten en docenten van verschillende faculteiten gaan werken aan wat onderwijs betekent. En op welke manier je jezelf kunt blijven ontwikkelen in een wereld in transitie waarin je noch in je empathie, noch in je ethische grondvesting erg veel houvast hebt aan je onderwijs.´

Deze verwarrende, snel veranderende tijd vraagt om existentiële bezinning

‘Existentiële bezinning is cruciaal. Laten we digitalisering als voorbeeld nemen. Dat is één van onze kerngebieden. In deze merkwaardige overgangstijd, want zo beschouw ik deze tijd,  beïnvloedt het ons leven in grote mate. Daarom hebben we digitalisering bij de Bildung Academie vrij hoog staan. Zowel het ontgiften als de gevaren en de mogelijkheden. En met ontgiften bedoelen we, de manier waarop we nu omgaan met de vormen die gekozen zijn door de industrie in ons huidige systeem. Deze vormen brengen nadelen met zich mee, bijvoorbeeld in de aandacht die we voor elkaar kunnen opbrengen.’

‘’Een smartphone is  een evidente aandacht breker, alles wat je aan aandacht kunt opbouwen wordt voortdurend gebroken door nieuwe informatie die wordt toegediend. Maar aandacht heb je nodig om ergens te komen, zowel in een relatie of in de communicatie.’’

Filosoof en publicist Hans Schnitzler zet zich in tijdens de module digitalisering bij de bildung master, Schnitzler deelt belangrijke behartigenswaardige informatie met de studenten. Voornamelijk binnen het onderwerp persoonlijke vorming en daarbij kijken ze naar de manier waarop je je verhoudt tot dit verslavende voorwerp dat dag in dag uit consequenties heeft in de manier waarop we met elkaar omgaan. 

´Studenten weten natuurlijk ook wel hoe de vork in de steel zit, maar kunnen ook niet meer zonder. Ze worden bijvoorbeeld erg onzeker als ze tijdens de ‘digitale detox’ een week lang geen smartphone mogen gebruiken. Men krijgt steeds meer afgeleide levens. Als het gaat om vorming doet het gewoon veel met de manier waarop je je verhoudt tot jezelf en de ander, en dat is zeker niet altijd positief. 

Doordat we de digitalisering op ons ‘menu’ hebben staan bij de Bildung Academie zie je de frontale botsing met de werkelijkheid van de retorica. Datgene wat onze emoties zijn, onze onzekerheden, de angst voor het verlies van sociale contacten zijn een aantal interessante kanten van de digitalisering die wij zo belangrijk vinden in deze verwarrende tijd. 

Ik noem deze tijd verwarrend, omdat dingen zo snel veranderen. Net als de empathie, het om kunnen gaan met andere mensen, ook vlakbij ons, is essentieel. We moeten ook de bakker en de strandtenthouder begrijpen. Er gebeurt in de maatschappij gewoon veel meer dat plaats verdient in ons onderwijs.´

Het lijf moet een rol spelen

Een belangrijke constatering is dat we in de jaren 90 dachten dat door de komst van internet alle grenzen zouden wegvallen. Nu, 30 jaar later, kunnen we zeggen dat dat figuurlijk wel is gebeurd. We kunnen makkelijk contact onderhouden met mensen van over de hele wereld. Dit betekent echter niet dat we beter contact hebben met de mensen om ons heen. Sterker nog, er ontstaan nieuwe schotten binnen de samenleving zelf. 

´Ja zeker, glazen wanden. Naast taal is ook fysicaliteit belangrijk. Het lijf en het feit dat we ook steeds in een lijf-wereld zouden moeten zijn maakt het ook steeds spannender. Hoe geef je fysicaliteit vorm in universitair onderwijs?. Welke pedagogiek hoort er bij aspecten van Bildung? Dat is niet zo eenvoudig. Het lijf moet een rol spelen. Ook om je leren te verplaatsen in een ander. 

Er zijn twee dingen die bij ons centraal staan: de ‘waarheid’ (op welke manier blijf je je oriënteren op de werkelijkheid) en verbinding (iets wat te maken heeft met empathie en verbeeldingskracht). Verbinding en empathie is niet normatief, het is iets wat je moet kunnen. Toch wordt er geen enkele aandacht aan besteed in het onderwijs. Het is belangrijk om in fysiek contact te staan met anderen en samen te werken met mensen waarmee je van mening verschilt. Dat is spannend en het kost tijd, veiligheid en het besef van zijn.’

Het begin van heroriëntatie van onderwijs vorming

‘Vroeger was de morele dimensie van groot belang voor het aanzien van een hoogleraar. Dat is nu een stuk minder op de universiteiten, en de opleidingen zijn daardoor in feite technocratischer geworden. Alles moet nu meetbaar zijn. Vak wetenschappelijkheid wordt gezien als belangrijk aspect van de opleidingen, vooral bij de rechten en geneeskunde, wat logisch is, maar juist de intuïties zijn een belangrijk deel van de vak wetenschappelijkheid. Er moet ook aandacht zijn voor het menselijke, de bildung aspecten en dit wordt onvoldoende gedaan. 

Dit is het begin van heroriëntatie van onderwijs vorming. De essentiële ingrediënten hiervoor zijn ethiek, kunst, empathie, kritische analyse, het organiseren van je eigen tegenspraak en retorica in de breedste vorm.’

In de afgelopen vier jaar hebben we op deze manier aan meer dan 600 studenten en professionals diverse programma’s kunnen aanbieden en hebben we meer dan 20 (onderwijs)instellingen kunnen helpen met de integratie van Bildung in onderwijs en organisatie. Volgens ons moet ieder mens de mogelijkheid krijgen tot deze vorm van ontwikkeling. Wil jij ook een positieve impact hebben op de ontwikkeling van mensen? Door lid te worden van de Bildung Academie kunnen we samen bouwen aan een wereld waar steeds meer mensen toegang krijgen tot Bildung! 

Klik hier voor meer informatie over het lidmaatschap. 

Een kleine onderwijsrevolutie

0

Hoe hou je hoop? Dat is de vraag die Joris Luyendijk stelde aan 100 wetenschappers, kunstenaars en ondernemers. Het resultaat leverde een boek op met 100 keer hoop. Hieronder mijn bijdrage, waarin ik schrijf over wat er gebeurt wanneer jongvolwassenen de verantwoordelijkheid nemen voor de inrichting van hun eigen onderwijs.

Macht ontstaat wanneer ‘mensen samenkomen en eensgezind handelen’, schrijft Hannah Arendt in On violence. Werkelijke machtsuitoefening is dus nooit een individuele aangelegenheid, maar altijd een collectief fenomeen. Bovendien gedijt macht slechts bij de gratie van bestendigheid. Zodra de groep waaruit de macht voortkomt uiteenvalt, vervliegt zijn macht, benadrukt Arendt dan ook. Kortom: massa plus volharding maakt macht.

Het decor waartegen Arendt haar ideeën over macht uitwerkte, werd gevormd door de felle studentenprotesten die de Verenigde Staten in de jaren zestig van de vorige eeuw opschudden. Op bescheidener schaal en een halve eeuw later was Amsterdam het decor van studentenoproer. Uit onvrede over de verschraling van het onderwijs en het gebrek aan inspraak, bezetten studenten begin 2015 het Maagdenhuis. Wat destijds onopgemerkt bleef, is dat op steenworp afstand van het Maagdenhuisrumoer, in een kraakpand aan het Spui, een clubje studenten bijeenkwam dat eendrachtig iets in gang zette wat je gerust een kleine onderwijsrevolutie zou kunnen noemen.

Wat deze millennials verenigde was een gevoel van gemis. Zuchtend onder een academisch regime van optimalisering en standaardisering, symptomatisch voor het onderwijsfordisme dat menige leerfabriek behekst, raakten ze vervreemd van hun eigen leerproces. In marxistische termen: de verelendung van het studentenproletariaat bleek de ideale voedingsbodem voor constructieve opstandigheid. Sterker, de gefnuikte ambities en leergierigheid, de mismatch tussen educatieve mogelijkheden en werkelijkheden, gaf voedsel aan een zekere bravoure: misschien weten wij wel beter wat er nodig is voor ons onderwijs en moeten we gewoonweg onze eigen academie beginnen!

Bij de beantwoording van de vraag ‘Wat is er nodig?’ viel al snel het woord Bildung, een begrip dat vaak vertaald wordt met ‘algemene vorming’. Uiteraard moest dit achttiende-eeuwse opvoedingsideaal, waar een enigszins elitaire zweem omheen hangt, in een eigentijds onderwijsjasje gegoten worden. Aldus geschiedde. Terwijl aan de overkant van de straat de Maagdenhuisbarricaden verder opgeworpen werden, ging deze gideonsbende op onderzoek uit buiten de muren van hun onderwijspraktijk. Ter toetsing en verdere invulling van hun ideeën gingen ze het gesprek aan met wetenschappers, kunstenaars, ondernemers en politici. In mei van dat jaar werd ook ik benaderd om mee te bouwen aan een onderwijsbeweging die inmiddels uitgegroeid was tot een kring van en- kele tientallen studenten en een paar docenten.

Op 8 september 2015 zat de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam vol. Minister van Onderwijs Jet Bussemaker maakte haar opwachting, alsmede de collegevoorzitters van respectievelijk de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. Op het podium werden zij geflankeerd door een groep jonge mensen: de eerste generatie bildungsstudenten. Na een reis van enkele maanden vol koortsachtige dromen en collectieve daadkracht was de oprichting van De Bildung Academie een feit.

In slechts een paar maanden tijd hadden de bildungspioniers hun onderwijsidealen weten te vertalen in een weldoordachte visie en in een ambitieus, multidisciplinair curriculum. De vraag was natuurlijk wel in hoeverre De Bildung Academie dit allemaal kon waarmaken. Want naast de inhoudelijke en organisatorische uitdagingen stond er nog een ander punt op de agenda: het bildungszaadje in bestaande onderwijsinstellingen planten om zo van binnenuit verandering te bewerkstelligen.

Na vier enerverende jaren kan de vraag of de ambities zijn waargemaakt met een ondubbelzinnig ‘ja’ beantwoord worden. Naast het eigen jaarprogramma zijn er inmiddels brede samenwerkingsverbanden met universiteiten, hbo’s, mbo’s en het voortgezet onderwijs. Zo is er samen met de Vrije Universiteit een bildungsvak ontwikkeld – ‘Vorming in vloeibare tijden’ – waarvan het succes heeft geleid tot een revolutionair onderwijsprogramma voor álle bachelorstudenten: A Broader Mind. Ook is er een leergang ‘Bildung voor docenten’ opgezet en waaieren de initiatiefnemers over het hele land uit om lezingen en workshops te geven.

Een groepje eigenzinnige jongvolwassenen wist de teleurstelling over het door hen ervaren onderwijs om te zetten in een vorm van productieve macht. Ze kwamen in beweging en volbrachten een huzarenstukje waarmee zij verantwoordelijkheid namen voor de inrichting van hun eigen onderwijs. Dat getuigt van moed en karakter, waarvoor ik hun alvast mijn hoed aanbied. In de overtuiging dat het onderwijsklimaat bepalend is voor de sfeer in de samenleving van morgen, kan ik me bovendien nauwelijks een hoopvoller initiatief voorstellen.

Deze tekst is verschenen in het boek Hoop, een uitgave van Maven Publishing die op 29 september 2019 werd gepresenteerd in een uitverkocht Paradiso.
Meer lezen van Hans Schnitzler? Bezoek zijn website.

Homo Universalis; moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance [Samenvatting]

0

Homo Universalis; moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance
De huidige maatschappelijke situatie lijkt op een perfecte storm waarin verschillende ongunstige ontwikkelingen bij elkaar komen. Het klimaat verandert door menselijk toedoen, migratiestromen nemen toe, de globalisering van de economie heeft grote groepen ‘populisten’ benadeeld, het financiële bestel is instabiel en de macht raakt steeds meer geconcentreerd in de handen van enkele mondiale spelers. Tot overmaat van ramp zou het ook nog ontbreken aan een breder gedeeld moreel kader, waardoor we stuurloos rondzwalken.

Het meest urgent is het opnieuw tot stand brengen van een voldoende gedeeld moreel kader; het is de kiel die het schip in de storm overeind moet houden. Filosofische suggesties om daarvoor terug te gaan naar de deugdethiek van Aristoteles, laten zich praktisch vertalen in een terugblik op de Renaissance (1350-1600) omdat daar toen ook al op de oude Grieken en Romeinen werd teruggegrepen. Bovendien blijken er markante historische parallellen te zijn tussen de Renaissance en onze huidige tijd. Door de historische ontwikkeling sinds de Renaissance te volgen naar zouden we kunnen begrijpen hoe we in onze huidige precaire situatie terecht zijn gekomen.

Via de universele Renaissance geleerde John Dee komen we uit bij William Shakespeare die op een cryptische manier, in wat we ‘de echte Da Vinci code’ kunnen noemen, verwijst naar Leonardo da Vinci en de homo universalis als ideaalbeeld van de Renaissance. Daarin speelt de filosofie van Aristoteles en ook die van Plato een grote rol. Op basis daarvan wordt een ‘algemeen mens- en wereldbeeld’ geformuleerd als benadering van de menselijke conditie, zijn vermogens en vaardigheden. Het mensbeeld is weergegeven in de figuur. Het wordt opgespannen door twee wezenlijke tegenstellingen: die tussen de geestelijke en de materiële kwaliteiten in de verticaal en die tussen het universele (collectieve) en singuliere (individuele) in de horizontale richting.

Dit algemene mens- en wereldbeeld is de blauwdruk van de menselijke gesteldheid en de geschiedenis kan daarom worden gezien als een vrij voorspelbare zwerftocht door dat beeld. Onder invloed van de ‘tijdgeest’ worden steeds weer andere, eenzijdige aspecten van dat mensbeeld belicht. Dat komt doordat de mens erg onzeker is over zichzelf en hij zich in die onzekerheid vastklampt aan alles wat houvast geeft. Hij zoekt dat vooral aan de buitenkant, in de periferie van het mens- en wereldbeeld. Alleen aan de kwaliteiten van die periferie kent hij waarden toe. De eenzijdigheid ontwikkelt zich tot karikatuur en de karikatuur vervolgens tot catastrofe.

Aan de linksboven kant was dat de kerkelijke inquisitie, wat voortkwam uit het idee dat er één enkele universele waarheid was en dat de kerk daarover beschikte. In de daarop volgende Renaissance domineert een waardepatroon waarin aan alle menselijke kwaliteiten waarde wordt toegekend, in overeenstemming met het Renaissance ideaal van de homo universalis. Maar na een laatste en dramatische poging om de universele (=katholieke) kerk te redden, wordt de rol van de kerk na 1648 overgenomen door de staat en de wetenschap. Na de periode van de Verlichting in het linksonder kwadrant en de reactie daarop van de Romantiek in het rechtsboven kwadrant (19e eeuw) is in de 20e eeuw de materialistische oriëntatie aan de uiterste onderkant gaan domineren, met de ecologische (onder meer klimaat-) crisis als gevolg. Sinds ca 1989 zijn de individualistische en egocentrische waarden in het rechtsonder kwadrant dominant geworden, met gevolgen voor de economie en vooral het financiële bestel dat als gevolg van de eigen karikaturale ontwikkeling in 2008 instortte. In sociaal opzicht ontstaat er nu een diversiteit aan waardeoriëntaties aan de rechter, singuliere of individualistische kant van het mens- en wereldbeeld. Tegelijkertijd zijn de waarden van het linksboven kwadrant opnieuw gaan domineren ten gevolge van de komst van immigranten uit Islamitische landen. Ook hier is de ontwikkeling gedeeltelijk haar eigen karikatuur geworden.

De eenzijdige waardeoriëntaties buiten de cirkel, en daarmee buiten de menselijke waardigheid, hebben zich van het algemeen menselijke los gemaakt en zijn daardoor hun eigen probleem geworden. Het gaat daarbij in de huidige tijd om de radicale Islam (linksboven), de doorgeschoten globaliserende economie (linksonder), de eenzijdig materialistische consumptiemaatschappij (onderkant) en de financiële sector die zich van middel tot eigenstandig doel heeft ontwikkeld. Deze historische ontwikkelingen naar kwaadaardige eenzijdigheid en daarmee ‘duurzaamheidsproblemen’ bevestigen de Aristotelische deugdethiek, waarbij het goede het midden is tussen twee (tegengestelde) kwaden in de periferie. Dit morele kader wordt in vele toonaarden bevestigd door de grote meesterwerken van de Europese cultuur zoals die van Shakespeare, Mozart en Wagner, door religieuze noties en door talloze mythen, legenden en sagen.

Als de koers van het morele kompas zou worden gevaren, worden eenzijdig individualisme en materialisme bewust ontmoedigd, evenals eenzijdige oriëntaties op het materiële of het ‘geestelijke’. Rationaliteit en efficiëntie zouden van de huidige obsessieve, naar normale proporties kunnen worden teruggebracht. Het gaat dan om het herstellen van het evenwicht tussen het private en het publieke, het eigene en het andere, verstand en gevoel, ecologie en economie, financiële en reële economie, het masculiene en het feminiene, materiële welvaart en duurzaamheid. Er zou weer ruimte komen voor andere menselijke kwaliteiten zoals kunst en cultuur en meer aandacht voor de menselijke maat in onderwijs en gezondheidszorg. Meer specifiek kan onder meer het volgende worden geconstateerd:

  • Gezien de historische ontwikkeling dient de historische scheiding van kerk en staat te worden gevolgd door de volledige scheiding van staat en (globaliserende) economie.

  • Het morele kompas noopt tot herstel van de balans tussen publieke en private waarden en tot herijking van publieke en private eigendommen; niet alles kan worden toegeëigend.

  • De huidige combinatie van de eenzijdig private ‘alles is te koop’ ideologie en een financieel bestel dat geld schept naar rato van het gediende eigenbelang, leidt er toe dat enorme publieke belangen in handen komen van een kleine private elite. Toegepast op globale schaal wordt hierdoor de soevereiniteit van gemeenschappen ondermijnd. Wereldwijd wordt tegen deze achtergrond steeds meer de keuze gemaakt voor minder globalisering ter behoud van de nationale gemeenschap (staat) en democratie.

  • Afgezien van deze keuze hebben herstel van het principiële publiek-private evenwicht en monetaire hervorming de hoogste prioriteit. Het is zo goed als ondenkbaar dat de transitie naar een meer duurzame economie, energie- en voedselvoorziening kan worden gerealiseerd met het huidige financiële bestel. Dat bestel versterkt van nature de instabiliteit van de economie. Geldschepping is het principiële recht is van de gemeenschap en dus van de staat. Als dat recht zou worden hersteld, dan zou de economie stabiel worden en zou de Nederlandse overheid jaarlijks een bedrag in de orde van 20 miljard à 50 miljard euro in omloop mogen en moeten brengen. Dat geld, waar dan geen staatsschuld meer tegenover staat, kan worden besteed aan maatschappelijke doelen, bijvoorbeeld de energietransitie.

  • In het geval van economisch gedreven immigratie heeft niet iedereen automatisch het recht om tot een bestaande waardengemeenschap toe te treden. Voor zover dat onder bijzondere omstandigheden (oorlogsvluchtelingen) wel aan de orde is, hebben toetreders de morele plicht om zich waar mogelijk met die waarden te verbinden en ze anders te respecteren.

  • Tegelijkertijd is er omgekeerd een even grote morele verplichting om de soevereiniteit van ‘de anderen’ elders te erkennen. Dat betekent dat niet alles te koop is, dat na de afschaffing van de slavernij ook het toe-eigenen van de primaire bestaansvoorwaarden van die anderen elders, van hun grond, hun grondstoffen en hun voedsel, alsnog moet worden afgeschaft.

  • Effectief klimaatbeleid, een circulaire economie en een voedselsysteem waarin kringlopen worden gesloten, kunnen uiteindelijk alleen worden gerealiseerd op een hoger schaalniveau dan Nederland. Een vorm van Europese coalitie is daarvoor onontbeerlijk. Dit betekent dat minstens moet worden toegewerkt naar een Europese regio als soevereine eenheid. Nederland zal daartoe voortvarend aansluiting moeten zoeken bij een noord-west Europese ‘coalition of the willing’, zoals die in 2017 door de Franse president Macron is voorgesteld en recent is herhaald. Binnen een coalitie van Frankrijk, Duitsland en de Benelux-landen zou al voldoende economisch en cultureel draagvlak zijn om op de verschillende terreinen effectief beleid te kunnen voeren.

  • ‘Om te overleven zal Europa hart en ziel moeten hebben’ zei toenmalig EU-voorzitter Jacques Delors. Uit de Europese geschiedenis, filosofie en cultuur sinds de Renaissance hebben we kunnen opmaken dat ‘hart en ziel’ ergens in het midden van het algemene mensbeeld moet liggen. Het is de menselijke maat van de Homo Universalis.

    Bestel dit boek

Leren helder en vooral dapper te denken en handelen; een onmisbaar aspect van Bildung in het Antropoceen

1

Als we als mensheid de grote problemen die op ons afkomen het hoofd willen bieden, moeten we onze besluitvorming anders vormgeven. Het goede nieuws is dat veel kinderen deze andere, meer holistische en reflexieve manier van denken en handelen, van nature al bezitten. Kinderen trekken zich in hun denken weinig aan van grenzen, en die vaardigheid hebben we harder dan ooit nodig. Het leren denken over en het hanteren van risico’s en onzekerheid scherpt die vaardigheid verder aan.

Op maandagavond 19 april 2019, om ongeveer zeven uur in de avond, breekt er brand uit in de Notre Dame in Parijs. Voor de ogen van honderdduizenden mensen die wereldwijd geschokt toekijken stort de kleine toren in, terwijl binnen in het monumentale gebouw cultureel erfgoed van onschatbare waarde tot as wordt gereduceerd. Parijse brandweermannen wagen hun leven om de schade aan de kunstschatten zoveel mogelijk te beperken. Gelukkig zijn er geen menselijke slachtoffers te betreuren.

En meteen de volgende dag biedt zich spontaan van alle kanten, vanuit de hele wereld, royaal financiële hulp aan om het oude gebouw in al zijn glorie te herstellen. Vanaf nu zal de Notre Dame niet alleen bekend staan als een kerk, maar ook als een magnifiek symbool voor wat menselijke moed en solidariteit tot stand kunnen brengen.

Ondertussen hebben de bewoners van de Solomon- eilanden aan de andere kant van de wereld  pech. Hier zinken leven, geschiedenis en toekomst van een half miljoen mensen letterlijk in de golven weg. Hun ondergang voltrekt zich sluipend, als een volkerenmoord in slow- motion.. Maar hier is geen camera aanwezig om het verdriet en de wanhoop van de bewoners te registreren. Hun premier wordt niet gebeld vanuit het buitenland om steun toe te zeggen.

Hoe kan het dat we ons zo persoonlijk betrokken voelen bij de brand in een kathedraal, waarbij geen mensenlevens verloren gaan? Terwijl de veel grotere ramp die zich elders voltrekt grotendeels aan onze aandacht voorbijgaat?

En de bewoners van de Solomon Eilanden zijn niet de enigen. De gevolgen van klimaatverandering vormen een serie van heel trage, heel grote veranderingen. Die traagheid en de omvang van de veranderingen maken dat mensen zich er letterlijk niets bij kunnen voorstellen. Heel anders dus dan een brand. En in de gevallen waarin iemand dat wel kan, is het moeilijk om te zien wat jouw bijdrage aan de oplossing zou kunnen zijn: een druppel op de gloeiende plaat..

Is het alleen de onvoorstelbaarheid van de gebeurtenissen die ons parten speelt? Helaas niet. Het politieke debat over de gevolgen van klimaatverandering wordt zeer gehinderd door het strategische misbruik van enkele centrale concepten.

Het is gebruikelijk om een marge van onzekerheid te rapporteren bij de resultaten van academisch onderzoek. Voorspellingen doen is immers altijd moeilijk, en zeker als het over de toekomst gaat. Daarom houden verstandige wetenschappers altijd een slag om de arm. Jammer genoeg wordt die slag om de arm in politieke discussies juist gebruikt om de bereikte resultaten te diskwalificeren. En als welkom argument om de bittere pil nog even niet te hoeven slikken. “De aarde heeft eerder grote veranderingen ondergaan. We zouden heel goed nog nieuwe technologieën kunnen ontwikkelen die het probleem later, ooit, voor ons gaan oplossen. We moeten toch geen geld voor niets gaan uitgeven?” Op deze manier worden noodzakelijke maar pijnlijke correcties op grote maatschappelijke ontwikkelingen ein-de-loos naar de toekomst verschoven. Wie nu denkt dat ik overdrijf, hoeft alleen maar te kijken naar de traagheid van het debat over de hypotheekrente-aftrek, de file-problematiek en de pensioenregelgeving om te herkennen dat uitstel de norm is, en niet de uitzondering.

Kunnen we daar iets aan doen? De vraag is misschien eerder of we de tekenen des tijds weten te herkennen en daar positief op weten in te spelen. Want er is wel degelijk iets aan het veranderen.

Het begon in Zweden en verspreidde zich snel naar andere landen:  al meer dan een miljoen jongeren wereldwijd zijn een onderwijsstaking begonnen. Ze staken om aandacht te vragen voor klimaatverandering. Ze zien klimaatverandering als het belangrijkste probleem van hun tijd, en willen niet langer werkeloos toezien hoe de huidige generatie bestuurders de pijnlijke keuzes voor zich uit blijft schuiven. Waarmee de steeds hoger wordende rekening vanzelf op het bord van de volgende generatie terechtkomt. Natuurlijk doen lang niet alle jongeren mee, en deze acties hebben een hoop cynische reacties opgeleverd, maar laten we eens kijken of we kunnen zien wat hier ook gebeurt.

Blijkbaar kijken deze kinderen met heel andere ogen naar de wereld dan volwassenen. Ze zien niet vooral hun eigen korte termijn belang: want ze geven hun recht op scholing op om aandacht te vragen voor een probleem dat in het rijke westen nu nog niet zo voelbaar is. Belangrijker is nog dat ze lijken aan te voelen dat hun levens verbonden zijn met die van anderen, ook al zijn die ver van hen verwijderd in ruimte en zelfs in de tijd. Ze begrijpen dat de keuzes die wij hier maken van invloed zijn op het leven van die andere mensen.

Deze generatie staat veel meer dan eerdere generaties open naar de gehele wereld. Zij wordt dankzij sociale media onderworpen aan een continue bombardement van informatie. En veel van die informatie is zorgwekkend. De tijd dringt: volgens de huidige wetenschappelijke inzichten zal het jaar 2030 bepalend zijn. Wij konden nog denken dat we het beter zouden krijgen dan onze ouders; bij mijn jongste dochter hangt het jaar 2030 echter als een zwaard van Damocles boven haar hoofd.

Ze weten dus veel, maar wat kunnen ze met die kennis? Het is hier dat de invalshoek van Bildung zich aandient. Bildung richt zich juist op het vormen van mensen, zodanig dat zij in staat zijn tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Maar die eigen verantwoordelijkheid moet dan wel hanteerbaar worden gemaakt. Kinderen leren denken en besluiten in termen van risico’s en onzekerheid is een van de manieren waarop je verantwoordelijkheid handen en voeten kunt geven. De term risico geeft een raamwerk waarbinnen kinderen de mogelijke keuzes voor de toekomst kunnen ordenen. Verder leren ze accepteren dat de kennis die we gebruiken om ons de toekomst voor te stellen niet absoluut zeker is. Ze leren onderscheid te maken tussen “wat we weten”, “wat we niet weten” en “wat we niet kunnen weten” maar waarover we moeten oordelen. Zo leren ze dat keuzes gebaseerd worden op een mix van kennis en van ethische oordelen. Het maken van een keuze gaat gepaard met het nemen  van verantwoordelijkheid voor de consequenties van die keuze. En wellicht ten overvloede: het gaat hier om praktisch handelen, alleen het kennen van de termen is niet genoeg. Dat wat beangstigend overkomt maar onvermijdelijk is, moet en kan ook geleerd worden.  

Het lijkt een zware last te leggen op kinderen als je ze nu al confronteert met deze vaak moeilijke afwegingen.  Daartegenover stel ik dat de informatie uit de rest van de wereld de kinderen hoe dan ook bereikt: terwijl ik mezelf nog afvroeg wat ik mijn kinderen moet vertellen over de oorlog in Syrie, stuurden ze elkaar al de meest gruwelijke filmpjes toe. Ze afschermen is dus geen optie.

Bovendien heeft deze generatie, hoewel ze weinig tijd heeft, evengoed ook de unieke mogelijkheid om iets voor elkaar te boksen wat ons tot nu toe niet lukte. Omdat een opwarmende atmosfeer en een verzurende oceaan zich niets aantrekken van politieke en juridische grenzen, is er eindelijk een voor ieder dringende reden om te komen tot een politieke wereldgemeenschap. Een gemeenschap waarin de wensen en belangen van eenieder tegen elkaar kunnen worden afgewogen.  Moeten worden afgewogen. Om een simpel voorbeeld te noemen: waar het tien jaar geleden nog hors politique was om afval te exporteren naar derde wereldlanden, sturen die het nu gewoon terug. Of het waait de oceaan in en bereikt ons via de zeestroming. Of we krijgen het in de vis op ons bord. Bij deze dramatisch gewijzigde omstandigheden past een heroverweging over de reikwijdte van de politieke blik, en van de vaardigheden die de bestuurders van morgen zich moeten eigen maken.   

Marli Huijer wees op het risico dat Bildung kinderen opvoedt tot modelburgers, en zo bijdraagt aan de depolitisering van het debat. Als we kinderen leren hoe ze besluiten moeten nemen onder onzekerheid, is hun vorming tot politieke subjecten dan in gevaar?

Nee. Een van de fundamenten van democratische besluitvorming is dat eenieder de vrijheid heeft om voor zichzelf te besluiten. Alle bestaanbare keuzes mogen worden overwogen. De kinderen en jongeren van nu zijn de volwassenen van morgen, en ze zijn in de woorden van Isaiah Berlin “free to choose damnation” als die hun voorkeur heeft.

Maar laten we dan tenminste zorgen dat ze begrijpen hoe ze de denkgereedschappen die hen ten dienste staan kunnen gebruiken om de noodzakelijke ethische afwegingen te leren onderscheiden van de al dan niet beschikbare kennis.

Onzekerheid is niet een tekortschieten van de beschikbare kennis, maar een gegeven. Het is onaangenaam, maar het is niet anders. Begrijpen dat je daarmee verantwoordelijkheid neemt voor iets waarvan je de gevolgen niet helemaal kunt overzien, is even onaangenaam en even onvermijdelijk. En het is te leren.

En als laatste: het concept risico is een denkgereedschap, niet een probleem. Denken in termen van risico’s leert je helder en vooral dapper te denken. Je kijkt naar wat je weet, en naar wat je niet weet; je bedenkt wat je wil, en hoe jouw wensen raken aan die van anderen. En dan kom je er samen uit.

We leven in een vreemde tijd. De snelheid en de omvang van de veranderingen in onze leefwereld komen volgens de geoloog Marcia Bjornerod in geen enkel eerder geologisch tijdperk voor. We lopen dus letterlijk van de kaart af nu, en onze kinderen moeten zich voorbereiden op een toekomst die veel onzekerder is dan de toekomst die wij hadden. Dat stelt ze voor zware uitdagingen in de besluiten die ze moeten nemen.

We hebben de morele verplichting om zoveel mogelijk kinderen te leren hoe ze de meest belangrijke politieke en wetenschappelijke concepten kunnen hanteren waarmee zij hun eigen toekomst vorm kunnen geven.

Pensioen acties? Ga voor actieve tijdsbevrijding!

0

Waarom een pensioen al vanaf 40 jaar zinvol is. 

Het is goed dat er gestaakt wordt voor een vroeg pensioen. Het is immers absurd dat de welvaart de afgelopen eeuw zo enorm is toegenomen terwijl we steeds harder en langer moeten werken. We zijn in een val gestapt door van economie tot een religie te verheffen en het belang van staat en burgers daaraan ondergeschikt te maken. 

Werk is overrated. Te veel is ongezond en verslavend. Je kunt er geld mee verdienen natuurlijk, maar ook daarvan is te veel ongezond en verslavend.

Pas als je ineens zonder zit, bijvoorbeeld als je werkloos raakt of met pensioen gaat, merk je hoezeer je identiteit verbonden is met wat je doet in het leven. Dan kan de klap raar aankomen. Je voelt dat je waardigheid wordt afgenomen.

De mens doet echter veel meer dan werken. Wie we zijn en de waarde is van wat we doen is eindeloos veel groter dan hoeveel geld we verdienen.

Waarom trainen we ons niet al vroeg in de kunst van echt kwalitatieve vrije tijd? Of met andere woorden: waarom besteden we, naast ons for profit werkende leven, niet meer aandacht aan het oprichten van een betekenisvolle non profit, een persoonlijk goed doel?

Waardeschepping
We hebben het idee dat werk waardescheppend is, maar dat gaat vaak niet op. Werk kan ronduit schadelijk zijn. Denk aan al die professionals in marketing en reclame die al hun creativiteit inzetten om ons een vals gevoel van tekort en begeerte aan te smeren. Of de slimme jongens en meisjes die onderzoeken hoe apps en games zo verslavend mogelijk gemaakt kunnen worden of hoe zorg en onderwijs nog efficiënter, sneller en onpersoonlijker kan worden gemaakt. En dan zijn er nog de hoogopgeleide en duurbetaalde consultants en financiële specialisten die bedrijven helpen bij het omzeilen van belastingen, milieuwetgeving of mensenrechten.

Er is natuurlijk ook werk dat waardevol, leuk en mooi is. Eindeloos veel. Het geeft ons uitdagingen, mooie samenwerkingen en verbindt ons aan de gemeenschap. Maar een direct verband tussen druk bezig zijn en waarde is er niet. Steeds meer machines en computers doen immers het werk. En steeds meer geld wordt verdiend door mensen die helemaal niet werken maar rente ontvangen over hun kapitaal. 

Tweede Carrière
Waarom beginnen we niet met een pensioen van één werkdag per week als we veertig zijn, twee dagen als we vijftig worden, drie dagen als we zestig worden en vier of vijf ergens daarna? We kunnen zo stap voor stap een vorm vinden die betaalbaar en zinvol is. Misschien moeten we het geen pensioen noemen, maar onze tweede carrière. Het is een loopbaan die wellicht geen geld oplevert, maar wel zoveel andere waarde kan scheppen en en passant wel eens heel wat burn-outs, werkeloosheid of arbeidsongeschiktheid zou kunnen voorkomen.

Afhankelijkheidsverklaring
Hoe we het betalen en organiseren, daar komen we wel uit. Zaak is het om het te durven. We zullen ons moeten oefenen in de kunst van waardevol leven zonder veel geld. Als we meer tijd hebben, zullen sommigen van ons graag meer zelf gaan maken, tuinieren, repareren en zorgen voor kinderen of ouderen. We zullen een moedige verklaring van afhankelijkheid uit moeten roepen, zodat we elkaar om hulp durven te vragen, meer contact met buren en vrienden kunnen maken en onze kennis en ervaring gaan delen. Het zou best positief uit kunnen pakken als we vaker zelf gingen koken, meer muziek gingen maken en wat minder eenzaam zouden raken. En als we minder geld uit te geven hebben aan nieuwe kleding, auto’s en vliegvakanties, scheelt dat een boel vervuiling en energie.

Overvloed
Met minder werk, ontwikkelen we een mindset die niet door schaarste beheerst wordt, maar overvloed ziet. We gaan denken in mogelijkheden, we vinden ruimte om te experimenteren, dingen te doen die op het oog niet nuttig zijn, maar ons laten spelen met verbeeldingskracht en creativiteit. Daarom pleiten wij bij The Turn Club voor betekenisvolle tijdsbevrijding. Het is een omslag in ons denken over werk en geeft elk mens de ruimte om productie, prestatie en succes ondergeschikt te maken aan een waardevol leven.

Leviathan

0

Door politiek filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) ingezette naam voor de gekozen soeverein. Door bepaalde vrijheden op te geven en het recht op geweld in een sociaal contract over te dragen aan de ‘Leviathan’ zouden burgers, waarbij menselijke gevoelens en driften een grote rol spelen in de moraliteit, tegen elkaar worden beschermd. De enige manier om voortkomende oorlog van iedereen tegen iedereen te voorkomen is dus in de ogen van Hobbes een sterke ‘absolute staat’ (Klaas van Egmond, 2019, p. 50).

Human Nature and Sustainability: A Moral Perspective for the Anthropocene

1

Abstract
In the current transition to the Anthropocene, the earth will be dominated from now on by human nature rather than nature. This new condition requires a transition to a new worldview and a corresponding new rational justification of morality, which includes the notion of sustainability. It is the main objective of this paper to suggest an encompassing moral framework by deriving a new common denominator for ‘human nature’. The resulting framework is based on the integration of earlier philosophical attempts made by the church (biblical revelation), Enlightenment (Kant) and post-modernity (Nietzsche). It is understood that these earlier attempts partly failed as they subsequently dealt with relevant, but one-sided aspects of a more overarching pattern of human nature. This pattern, to be presented here, is based on philosophical and psychological insights and confirmed by (meta-) historical and cultural findings and by the empirical results of a social survey.

From this combined approach a twofold, final and general aim for societal development emerges: sustainability and consciousness development. Herein, sustainability appears as a process of maintaining balance between the essential qualities of human nature, between the physical and the meta- physical qualities and between the individual-private and the collective-public qualities. This view on human nature and human dignity is inspired on the Aristotelian doctrine of the mean and indeed can be seen as integrating different earlier ethical frameworks. The virtue ethical model can ultimately vindicate and differentiate policy objectives and legitimate specific policies to achieve them. It qualifies our materialist and individualist culture as being one-sided and substantiates negative ethical judgements based thereof. As it encompasses all the earlier experiences and subsequent lessons of western civilization, the model could at least serve as a moral compass to find our ways in the Anthropocene.

Beantwoording vragen / discussie n.a.v. boekpresentatie Homo Universalis, 2 mei 2019, Teylers Museum te Haarlem

0
  1. Nagekomen vraag Clarine van Lookeren-Campagne: Concrete waarden worden weinig genoemd; hoe verhouden die zich tot het ’algemene mensbeeld’ ?

    De meest gebruikelijk definitie van waarden is : voorschrijvende overtuigingen of opvattingen over gewenst gedrag en over doelstellingen. Daarbij wordt soms onderscheid gemaakt tussen instrumentele waarden en eindwaarden. Eindwaarden hebben betrekking op ‘wenselijke manieren van ‘zijn’. Daarbij kunnen twee categorieën worden onderscheiden. De meer statische waarden zoals comfortabel leven (materialistisch, hedonistisch), religieus, spiritueel, de kleine wereld of de grote wereld (de anderen, de natuur) en geluk zijn op te vatten als waarderingen van posities in het algemene-mensbeeld, dat wil zeggen de algemene menselijke conditie, het geheel van vermogens dat hij heeft. Waarden zijn dan dus waarderingen van (delen van) het geheel aan menselijke mogelijkheden (‘capabilities’).
    Andere waarden zijn ‘dynamisch’, dat wil zeggen dat ze betrekking hebben op de relaties en verbindingen tussen statische waarden en de mogelijkheid om het geheel aan statische waarden te veranderen. Het gaat dan om begrippen als vrijheid (om waarden zelf te kiezen), gelijkheid, broederschap, liefde en vriendschap, maar ook bijvoorbeeld om de binding tussen moeder en kind. Die dynamische waarden, die het patroon van statische waarden doen veranderen, komen sterk overeen met wat deugden en ondeugden zijn. Wanneer door die ‘krachten’ de samenhang tussen de waarden wordt vergroot is sprake van deugden, wanneer die wordt verkleind van ondeugden. De categorie van instrumentele waarden kan ook gezien worden als een vorm van dynamische waarden; het zijn ook ‘krachten’ die een morele component hebben, zoals eerlijk, oprecht, liefhebbend en ruim van geest. Moed en competentie zijn dan persoonlijk waarden die die een voorwaarde vormen voor het hebben van de dynamische waarden; bijvoorbeeld de moed om het eigen waardepatroon onder ogen te zien. Het totale waardepatroon waaraan iemand is gecommitteerd, kan tenslotte worden gezien als zijn persoonlijke identiteit. In die zienswijze ‘is’ de mens de waarden die hij heeft.

  2. Kees Zoeteman: Wat is het ware zelf van de Homo Universalis?

    Het voorgestelde algemene mensbeeld is één van de mogelijke antwoorden op de vraag ‘wie wij denken te zijn’. We zouden onszelf dan kunnen zien als ‘burger van vier werelden’, we zijn zowel een afgescheiden ego als deel van de sociale en ecologische gemeenschap, en we hebben tegelijkertijd een fysieke, biologische en een geestelijke component. We zijn het meest ‘onszelf’ wanneer die aspecten min of meer met elkaar in evenwicht zijn en dat is ongeveer in het midden van de cirkelvormige figuur. Daar vallen het goede, het ware en het schone samen. Zogenaamde ‘eenheids-ervaringen’ die mensen van alle tijden hebben gerapporteerd zijn een ervaring van dit ‘midden’, waarbij die vier componenten samen vallen en als één geheel worden ervaren. Het ‘midden’ heeft alles te maken met bewustzijn. Vanuit dat midden kan (om met Jung te spreken) de eigen totaliteit worden overzien.

  3. Esther Ritman: De vraag naar ‘wie wij zijn’ is van alle tijden en nooit weg geweest. De Hermetische axioma van een ‘geest die over zichzelf nadenkt’ is een onderstroom die in de geschiedenis steeds weer naar boven komt als een veenbrand.
    Toevoeging van Van Egmond: Nederland en in het bijzonder Amsterdam hebben daarin als plaats voor vrijdenkers een grote rol gespeeld. De Bibliotheek voor de Hermetische Filosofie tegenwoordig genaamd Embassy of the Free Mind in Amsterdam getuigt daarvan.

  4. Michiel ter Horst: Hoe komt de fundamentele tegenstelling tussen het Ene en het Vele tot uiting in het algemene mensbeeld?

    De horizontale as tussen het universele en het singuliere verwijst naar Plato’s onderscheid tussen het Ene en het Vele. Het Ene verwijst naar zijn vormenleer, waarin de werkelijkheid uiteindelijk kan worden teruggevoerd op een zeer beperkt aantal oer-vormen, die uit het Ene voortkomen. Die vormen zijn universeel, ze zijn overal en altijd dezelfde. Aan de andere kant van de as differentieert dat Ene, universele in Vele afzonderlijke en specifieke objecten en individuen. Daardoor ontstaat een enorme diversiteit van vormen (en individuen).

  5. Laurens Knoop: Het midden is niet spannend, hoe kan het dan een wenkend perspectief zijn voor een discussie over globalisering en het financieel-economische bestel ?

    Mythen, legende, sagen, sprookjes en de grote meesterwerken van literatuur en muziek bevestigen het algemene mensbeeld en de rol van het midden daarin. Dat zou de stelling rechtvaardigen dat het midden steeds wordt gezocht en blijkbaar wel als spannend wordt ervaren. Bijna alle verhalen, ook spannende avonturenfilms zoals In de Ban van de Ring en James Bond, komen (volgens Joseph Campbell) neer op een zoektocht naar het midden. Wel is het inderdaad zo dat de periferie een sterke aantrekkingskracht uitoefent. Deels komt dat doordat de mens (volgens Jung) zo onzeker is over zichzelf dat hij zich (in de concrete periferie) vastklampt aan alles wat houvast geeft.

  6. Carlos de Bourbon: Waar ligt de grens, kan vrijheid ook buiten de cirkel bestaan ?

    Ja, de mens is vrij om positie te kiezen buiten de cirkel, dat wil zeggen dat hij vrij is om er waarden op na houden die buiten de cirkel vallen en die waarden te realiseren. Vanuit moreel oogpunt is dat dan een keuze voor ‘het kwaad’ omdat de waarden buiten de cirkel (per definitie) de samenhang met alle waarden binnen de cirkel hebben verloren en daardoor buiten de ‘menselijke waardigheid ‘ staan.

  7. Zairah Khan: Wat zijn dan de verbindende factoren ? Hoe de hokjesgeest te overstijgen ?

    De verbindende factoren zijn deugden of waarden die het waardepatroon weer binnen de cirkel brengen. De belangrijkste middelpuntzoekende krachten zijn naasten-)liefde (Christendom), vriendschap (Aristoteles), broederschap (Franse revolutie, en vooral in betrekking op de economische schaarsten), respect, compassie en mededogen.

  8. Florine Gongriep: Wat drijft de middelpuntvliedende krachten ?

    In de eerste plaats is (dus) de onzekerheid van de mens en dientengevolge zijn behoefte aan identiteit een belangrijke drijfveer. In de tweede plaats bestaat de neiging om meer van hetzelfde te willen of bestaande machtsstructuren te handhaven, ook al is het waardepatroon, langs de rand van de cirkel, al weer verderop aan het schuiven en daarbij dus een bocht te maken. Een voorbeeld is de Verlichtingsnostalgie van Pinker. Wegens het succes van de Verlichting (de periode van 1650-1800) zouden we diezelfde waarden verder moeten ontwikkelen. Maar juist door die (conservatieve) houding volharden we rechtlijnig in een bepaalde richting en vliegen daardoor vanzelf uit de bocht.

  9. Floris Lambrechtsen: Als we de mens als een diersoort beschouwen, zouden we door genetische manipulatie een nieuwe menssoort kunnen creëren ?
    Peter Gerssen; Volgens Musk en Gates hebben we over tien jaar kunstmatige intelligentie die de mens overstijgt; hoe daar mee om te gaan ?

    Het gaat in beide gevallen om het voortzetten van de hier boven genoemde ideeën van de Verlichting, waarin het mens- en wereldbeeld zeer materialistisch en mechanistisch is geworden. Volgens dat mensbeeld kunnen we betere mensen maken door de inzet van technologie. Het is het (spook-)beeld van Harari’s Homo Deus. In de hier gevolgde redenering is een dergelijke voortzetting van het oude niet de klaarblijkelijke bedoeling van de menselijke ontwikkeling. De bedoeling lijkt te zijn (ook volgens doorgewinterde Darwinisten) dat de bewustzijnsontwikkeling van de mens wordt voortgezet en dat kan in de hier gepresenteerde zienswijze alleen via het midden van het algemene mensbeeld. Van kunstmatig bewustzijn is (op de afzienbare teermijn) geen sprake. Kunstmatige intelligentie gebruiken we al een halve eeuw en is zeer bruikbaar als middel, niet als doel.

  10. Lili Chavannes: Aan het eind van Shakespeares ‘theTempest’ laat de tovenaar Prospero de luchtgeest Ariël vrij. Waarom doet hij dat ?

    De luchtgeest Ariël vertegenwoordigt de (‘geestelijke’) bovenkant van de verticale as, de aardgeest Caliban, de materiële onderkant van die as. In de zoektocht naar het ‘midden’ moeten mens en maatschappij het midden zien te houden tussen die fundamentele krachten. Aan het eind van the Tempest tekent Prospero een cirkel op de grond en nodigt de spelers (de ‘karakters’) uit om daarin te stappen. Op die manier worden de tegendelen met elkaar verzoend, kan het ‘midden’ worden bereikt en daarmee het ‘ware Zelf’ gerealiseerd. Daarna zegt Prospero dat Ariël en Caliban nu niet meer van dienst kunnen zijn. Een mogelijke verklaring kan zijn dat in het midden het geestelijke en het materiële samenvallen en de tegenstelling die Ariël en Caliban verbeelden niet meer bestaat. Zij waren bakens op weg naar het midden. Nu dat is bereikt zijn ze niet meer nodig.

  11. Erik Jan Tuininga: Is de culturele component niet erg belangrijk ? Hebben andere volkeren daarom niet een ander moreel kompas, dan wij hier bespreken ?

    Volgens o.a. Nussbaum is er uiteindelijk weinig ruimte voor dergelijk cultureel relativisme. Ook op basis van eigen onderzoek lijkt het zo te zijn dat het algemene mensbeeld inderdaad zeer algemeen is. De verschillen ontstaan echter doordat verschillende culturen in hun ontwikkeling op verschillende manieren door het mensbeeld heen bewegen, waardoor ze op dit moment andere delen van het mensbeeld belichten (of overwaarderen) dan wij momenteel doen. Ook het werk van Dorine van Norren wijst in die richting. Zij onderzocht de (op duurzaamheid gerichte) waardepatronen van Bhutan (Boeddhisme, grossnational happiness), Ubuntu (Afrika) en Buen Vivir (Zuid-Amerika). Het daar gebruikelijke, onderliggende mensbeeld is vrijwel dezelfde als die in het besproken algemene mensbeeld.

  12. Leo van der Vlis: bevestigt deze meer algemene bevindingen op grond van eigen, wereldwijde ervaringen (oa Kenia).

  13. Wouter van der Weijden: vraag aan Jan Terlouw; Hoe kijk je aan tegen de invloed van de sociale media?

    De sociale media zijn op te vatten als middelpuntvliedende krachten die het gedeelde waardepatroon en daarmee de samenleving uit elkaar drijven.

  14. Wouter van Dieren: Moeten we er niet voor zorgen dat we oog houden voor de ‘harde’ kant van het probleem, waarbij het om ‘meten is weten’ gaat?

    Daar moeten we inderdaad voor zorgen, vooral nu vanuit verschillende politieke kringen de wetenschap niet meer serieus wordt genomen. Er worden probleemloos en ongefundeerd alternatieve feiten geproclameerd. Frappant is dat daarbij wel een beroep op de Europese beschaving wordt gedaan (door Forum voor Democratie) terwijl de wetenschap in diepste wezen uit die Europese beschaving voortkomt. In de wetenschap wordt heen en weer gependeld in het algemene mensbeeld, tussen de singuliere, afzonderlijke waarneming en de universele theorie die daaruit door generalisatie wordt afgeleid. Het is de vooralsnog best denkbare manier om tot een zekere overeenstemming te komen over de aard van de ons omringde buitenwereld. Wanneer die breed gedeelde methodiek wordt losgelaten is er geen gedeelde diagnose meer mogelijk, laat staan therapie.

  15. Caroline van Leenders: Hoe kan de beweging in een meer feminiene richting worden gestimuleerd ?

    Die beweging behoeft nauwelijks stimulans omdat hij vanzelf lijkt te verlopen. Het kwadrant van de Moderniteit, zoals we dat de afgelopen paar honderd jaar hebben doorgemaakt, was sterk masculien van aard. Dat wordt bevestigd door de sociale enquêtes die we lang geleden hebben gehouden. Twee-derde van de respondenten in dit linksonder kwadrant zijn mannen, terwijl het tegenoverliggende rechtsboven kwadrant voor twee-derde uit vrouwelijke respondenten bestaat. De beweging van het dominerende waardepatroon tegen de wijzers van de klok in, betekent dus een geleidelijke verschuiving van masculiene naar meer feminiene waarden. Die ontwikkeling is zichtbaar in de sterk toenemende rol en betrokkenheid van vrouwen in onderwijs en in de economie, in de MeToo-beweging en in de verkiezing van Trump in de VS als weerslag van het achterhoede gevecht van de witte man die zich door deze ontwikkeling bedreigd voelt. De verschuiving van masculiene naar feminiene waarden, en daarmee naar een minder materialistische oriëntatie is één van de meest hoopvolle perspectieven op weg naar een meer duurzame samenleving.

  16. Dieter van den Broeck: Wat doe je er zelf aan; hoe vind jij het midden?

    De zoektocht naar het midden, wat blijkbaar de ‘bedoeling’ is, komt onder meer neer op de zoektocht naar het goede, het ware en het schone. Het goede, het morele aspect roept op tot een ander consumptiepatroon; minder materialistisch en andere publiek-privaat verhoudingen. Daar streef ik naar, door het eigen gedrag binnen redelijke grenzen aan te passen en politiek stelling te nemen. Het ware kan worden gezocht in relevante wetenschapsbeoefening en het uitdragen van de resultaten daarvan. Het schone roept op tot intense beleving van kunst en cultuur. Door eigen muziekbeoefening in groepsverband kan bijvoorbeeld bij benadering iets van een ‘eenheidservaring’ optreden. Het vervloeien van de eigen inbreng (toon) met die van de anderen, waarbij dus deel en geheel volwaardig naast elkaar en in elkaar bestaan, is een bijna mystieke ervaring.

  17. Hans Schenk: Waarom is dit boek of de samenvatting ervan nog niet in het Frans vertaald en wordt het niet onmiddellijk aangeboden aan de Franse president Macron?

    Het boek kan achteraf inderdaad worden gezien als een volledige ondersteuning van de visie die president Macron heeft afgegeven in een recente brief aan alle Europese burgers (maart 2019). Het is te hopen dat zijn minder visionaire Europese collega’s over hun veelal lokaal politieke deelbelangen en bijbehorende lobbycircuits kunnen heenstappen en zich aansluiten bij dit standpunt, waarin minstens de noodzaak van indringende dialoog wordt bepleit om de nu steeds groter worden de problemen het hoofd te bieden.
    De brief van Macron is te vinden op:https://www.elysee.fr/emmanuel-macron/2019/03/04/voor-de-vernieuwing-van-europa.nl



Over Bildung, humor en metamodernisme

0
Rise by Billy Norrby, 2012

Metamodernisme is een relatief nieuw en moeilijk te bevatten concept. Om het te kunnen bevatten dien je een bepaalde mate van abstract denken over je eigen concrete handelen te hebben. Je dagelijkse handelingen. Maar waarom zou je er over lezen als je er mogelijk nog nooit over hebt gehoord en het concept moeilijk is te bevatten? Omdat, zoals ik hieronder zal beargumenteren, metamodernisme terwijl je dit leest zijn intrede doet in het gedrag van individuen en de cultuur van (westerse) samenlevingen. Dit artikel geeft je een (eerste) inzicht in individueel gedrag en denkpatronen en biedt een duiding van de tijd (of zeitgeist) waarin we momenteel in het westen leven. Om het ook een plezieriger en toegankelijker artikel te maken wordt er gebruik gemaakt van humor. Maar verwacht niet een artikel vol grappen. Verwacht een artikel dat je via modernisme, postmodernisme naar metamodernisme leidt. Om metamodernisme te kunnen begrijpen is het namelijk belangrijk om deze twee andere ‘isms’ te begrijpen.

Modernisme
Wat bedoelen we met modernisme? Een modernistisch individu (of organisatie of zelfs samenleving) gelooft in rationaliteit. De modernist gelooft dat de wereld kan worden opgedeeld in onderdelen gebaseerd op een zekere logica. De modernistische persoon gelooft in een betere toekomst. In samenwerking met anderen kunnen we grote mijlpalen bereiken. Onderliggend is een constant verlangen naar groei.

Wanneer heeft modernisme een positieve invloed? Wanneer ‘werkt’ het?
Op het moment dat een samenleving grotendeels gebaseerd is op ratio, kunnen daarin acterende organisaties en individuen tot afspraken komen die gebaseerd zijn op feiten. Afspraken waarop voortgebouwd kan worden. Afspraken die vertrouwd kunnen worden. Dit versterkt een veilige samenleving waarin vertrouwen hoog in het vaandel staat. Daarbij heeft modernistisch denken de gigantische vooruitgang in de wetenschap mogelijk gemaakt en allerlei (technologische) innovaties voortgebracht van de wasmachine tot onze mobiele telefoons. Modernisme heeft een grote rol gespeeld in het creëren van de condities waardoor een groot gedeelte van de mensen uit de erbarmelijke omstandigheden konden komen waarin ze leefden.

Op welk moment ‘werkt’ modernisme niet meer?
Zoals ABBA al zong ‘the winner takes it all, the loser standing small’ heeft modernisme de neiging om door te slaan in zijn niet te stoppen zoektocht naar meer materiële rijkdom zonder daarbij rekening te houden met de ecologische degradatie (vervuiling, opwarming, achteruitgang voedselkwaliteit, afname van biodiversiteit etc.) die daardoor plaatsvindt.

Ten tweede is er een sterke tendens te onderscheiden waarin de vergaarde rijkdom (relatief gezien) in de handen van een steeds kleinere elite valt. De 1% ‘takes it all’, en de overige 99% moet het doen met wat over blijft. Elk zakelijk onderlegd persoon weet namelijk dat binnen het huidige systeem geld nog meer geld maakt. In andere woorden, als jij je ‘assets’ goed voor elkaar hebt vloeit er automatisch meer rijkdom naar jou toe.

Ten derde leidt dit niet alleen tot nationale ongelijkheid maar vooral ook tot wereldwijde ongelijkheid. Gedreven door honger naar groei gedragen individuen en organisaties zich als roofdieren op wereldschaal door extractie van waardevolle natuurlijke hulpbronnen waardoor veel lokale gemeenschappen relatief arm achterblijven in leefgebieden waarin de levenskwaliteit drastisch is gedaald. Als lezer van dit artikel heb je waarschijnlijk snel een beeld van zulk soort organisaties en individuen. Tot op de dag van vandaag hebben zij erg veel macht in onze huidig wereld.

Aangaande humor
De moderne mens heeft een interessante relatie met humor. Gedurende de dag staat serieus werken centraal, het bereiken van doelen en het werken in de organisatie die als een machine is ingericht. Humor in het dagelijks werk wordt gezien als irrelevant en neemt de focus weg waarmee een doel dient te worden bereikt. Maar in de avond verandert dit. In de avond krijgt de postmoderne komiek op tv de ruimte om grappen te maken over elke mogelijke structuur, gemeenschappelijk doel en gedraging van de modernist. Een interessante parallel kan hierin getrokken worden met de verhouding tussen de koning en zijn nar. De nar is daarin toegestaan om op gezette momenten de koning belachelijk te maken zodat er afgebakende ruimte is om de heersende machthebbers te bekritiseren. Gek genoeg versterkt de koning hiermee zijn machtspositie, er kan immers ook om hem gelachen worden op gezette momenten. De koning en de nar hebben elkaar nodig om de status quo te behouden.

Postmodernisme
Wat is een typisch postmodern persoon? Een postmodern persoon is kritisch. Je kunt hem of haar herkennen aan de sceptische blik op de werkelijkheid, de vele vragen over het systeem en de samenleving waarin we leven. De postmodernist gelooft dat de beleving van de werkelijkheid altijd tot stand komt door de individuele, momentane ervaring daarvan. De postmodernist gelooft dat waarden, normen, systemen en manieren van denken contextueel en sociaal zijn geconstrueerd. De postmoderne persoon, organisatie of samenleving gelooft dat de machthebbers en geprivilegieerden de architecten zijn van de sociale realiteit.

Wanneer heeft postmodernisme een positieve invloed? Wanneer werkt het?Postmodernisme werkt wanneer de kritische houding leidt tot het zichtbaar maken van machtsrelaties voor het grotere publiek. Het helpt mensen die onderdeel zijn van een groep en de daarbij behorende machtsstructuur om een individu te worden dat zich bewust daarvan kan ontkoppelen. Dit is een gigantische, emancipatoire stap voor individuen (bijvoorbeeld een vrouw of een of een gelovige) die eerder waren opgesloten in een sociaal construct (bijvoorbeeld een patriarchaat of een strenge religie) wat als beknellend ervaren kon worden of ronduit tiranniek was.

Wanneer werkt postmodernisme niet?
De positieve werking van postmodernisme stopt als er een zeker fundamentalisme optreed. Want als de postmoderne persoon alles ziet als een sociaal construct, kan dus ook alles worden zichtbaar gemaakt als machtsrelatie die in het verlengde daarvan vaak als onrechtvaardig wordt beschouwt en dus ook dient te worden afgebroken. Maar dit geldt dan ook voor de eigen waarden en manieren van denken, dus kun je die eigenlijk nog vertrouwen als die ook een product zijn van een sociaal construct? Als deze manier van redeneren erg ver wordt doorgevoerd verlamt de postmodernist. Hij of zij spoelt aan op de stranden van zijn of haar eigen cynisme, isolatie en depressie. Daar te lang vertoeven is niet gezond voor een mens. Als schrijver van dit artikel weet ik zeker dat je dit herkent bij mensen om je heen, of misschien wel bij jezelf.

Aangaande humor
De meerderheid van de huidige westerse komieken zijn postmodernist, al is daar door het opkomende metamodernisme wel een verandering in te zien. Zij zijn goed in het ontkrachten en ridiculiseren van elk mogelijk (hoger) doel of machtsrelatie. En dat werkt. Het werkt goed omdat het overgrote deel van het publiek daarom moet lachen.

Ik heb zelf de destructieve trend van postmoderne humor meegemaakt in het studentenhuis waar mijn vrienden en ik leefden. Enerzijds hield ik van onze postmoderne humor en lachsalvo’s, anderzijds zag ik ook wat deze constante sfeer voor destructief effect kon hebben op mijzelf en mijn huisgenoten. Alles tot een grap omvormen zorgde ervoor dat er geen ruimte was om gevoelens te uiten of om tot grote doelen of plannen te komen. Op een gegeven moment kwam het zelfs tot het moment waarop een huisgenoot in zijn eigen belang onvrijwillig geëvacueerd moest worden uit ons studentenhuis. Dat klinkt als een grap, maar dat was het niet.

Metamodernisme
Metamodernisme is het paradigma dat de mogelijkheid biedt om de modernisme en postmodernisme, ondanks de tegenstrijdigheden tussen beiden, op hetzelfde moment te laten bestaan. Dat klinkt absurd, maar is werkbaar. Ik geef je het voorbeeld van het ontstaan van De Bildung Academie.

De academie is in de lente van 2015 bottom-up opgericht door 60 studenten en docenten als een reactie op de eenzijdige cognitieve focus die veel scholen en universiteiten hebben ten aanzien van ontwikkeling. Een focus die bijna geheel is gericht op het verkrijgen van kennis, het testen van deze kennis op gezette tijden met als doelen de student naar een baan toe te brengen die goed is voor de algehele werkgelegenheid en GDP van het desbetreffende land.

Wij als oprichters van De Bildung Academie realiseerden ons dat deze focus te nauw is. We besloten niet om kritische artikelen te schrijven, cynisch achterover te leunen of om universiteitsgebouwen te bezetten. We besloten om ons eigen programma’s te maken voor studenten, docenten en professionals. Programma’s die focussen op de holistische ontwikkeling van individuen en groepen mensen in relatie tot de samenleving en het werkende leven.

Dus het lukte ons om vanuit onze kritische houding een creatief doel te formuleren. Een doel waarachter we ons konden scharen, collectief maar niet fundamentalistisch. In andere woorden, de afgelopen jaren hebben we onszelf en het Bildung concept vaak genoeg belachelijk gemaakt. Tot op de dag van vandaag nemen we onszelf niet te serieus. We weten dat het holistisch ontwikkelen van mensen allerlei grenzen kent. En dat het niet altijd werkt.

Ook weten we dat we ondanks onze vernieuwingsimpuls ook onderdeel zijn van een groter systeem. En dat we door daar onderdeel van te zijn het in zekere mate ook versterken. Desalniettemin kiezen we ervoor om ons zo te positioneren, omdat we ook ervaren en voelen dat wij onderdeel zijn van een beweging die productief en creatief het bestaande systeem verandert.

Het vraagt veel van ons om deze sociale onderneming, dit initiatief, in de wereld te zetten en het duurzaam te laten zijn. Natuurlijk leren we elke dag weer. En hebben we ook met harde hand moeten leren om tot een zekere gezonde stabiliteit te komen. Omdat te kunnen doen hebben we op tijd een aantal modernistische manieren van denken in onze organisatie geïncorporeerd. Hierdoor werkt onze organisatie, heeft het een goed business model, al meer dan 700 alumni en een noemenswaardige impact via onze advies tak.

We waren en zijn nog steeds kritisch ten opzichte van de dominante modernistische onderwijsinstellingen en hun manieren van denken en organiseren. Maar aan de andere kant respecteren we ze en zijn we ze dankbaar voor wat ze betekenen en hebben betekent voor zovelen. Graag geven we in co-creatie met hen verder vorm aan Bildung.

Het leven en werken in de twee parallelle werelden van modernisme en postmodernisme is mogelijk. Sterker nog, het is een geweldig ervaring van kracht en vrijheid. Dus, dan rest de vraag, hoe kan een persoon of een organisatie metamodern worden? Omdat te kunnen bereiken is Bildung essentieel. Maar daarover meer een volgende keer!